Kringloopje

De innerlijk mooiste man ter wereld was bezig met wakker worden. Hij dacht aan iets waardoor zijn mondhoeken zachtjes naar zijn oren getrokken werden. Zal ik vandaag mijn sokken eens wassen? Nee, dat is niet nodig. Dat kan ik morgen nog doen. Ik heb nog een handvol sokballetjes in mijn schuif liggen. Vandaag heb ik meer zin in… in… Ja wat eigenlijk? Washandjes wassen? Nee, niet echt. Die van gisteren kan nog wel een dagje mee. Een lampje vervangen misschien? Mja, dat zou ik kunnen doen. Ik loop al een tijdje op de tast naar mijn schoenen te zoeken in de gang. Twee dagen geleden kwam het hem voor dat hij per abuis twee verschillende schoenen had aangetrokken toen hij naar het werk ging. Collega’s vonden het wel grappig, maar hijzelf liep er toch niet gemakkelijk mee. Langs de andere kant, wat zou het? Zo een kleine vergissing kan de sleur al eens breken. En het gebeurt ook al niet zo gauw meer dat mensen hem grappig vinden. Innerlijk mooi, dat wel, maar grappig? Nee, dat was geleden van toen hij nog met pampers rondliep. Eens die fase gedaan was werd hij uitsluitend nog geroemd vanwege zijn karakteriologische eigenschappen. Gerenommeerde vrouwenbladen boden hem veel geld aan om zijn mening te geven over tal van hedendaagse issues waarmee hij dan harten smolt als spekvet in een hete braadpan. Of zou ik zo meteen een banaantje pellen? Dat is niet zoveel werk. Als ik dat doe dan heb ik nog ruim tijd over om alsnog die lamp te vervangen. Een goed plan! Hij sloeg de deken van zich weg en plantte zijn voeten in de sloffen die naast zijn bed stonden. Waar lagen die bananen ook al weer? Ik heb ze volgens mij eergisteren nog op de keukenkast zien liggen. Hij nam zijn kamerjas en bond die stevig rond zijn middel. Even kijken of het klopt. Inderdaad, daar lagen ze. Trots in een tros gebogen met eerbied en respect. Een banaan kent zijn plaats in de maatschappij. Hij plukte er één van en rook eventjes aan het steeltje. Geur is de helft van al het eten. Met vingers die wel eens een flosdraad langsheen de tand des tijds schuren nam hij het steeltje stevig beet en brak de schil. Gelukkig! Hij haatte het als de schil niet breekt. Je krijgt dan zo’n wak plat bananenbreigoedje als begin van de lekkernij en dat vind ie niet lekker. En je moet dan ook alweer een mes vuilmaken om een sneetje onderaan het steeltje te maken. En als er nu eens één ding écht handig is aan een banaantje, dan is dat wel dat je het kunt opeten zonder iets vuil te maken of te moeten wassen. Van de zomer nog… Hij was op het veld aan het werken gelijk een boer met wraakzucht. In zijn rugzak had hij een banaan gestoken om tussen twee hectaren door toch iets naar binnen te kunnen steken dat de maag enigszins kan vullen. Welnu, zijn handen waren uiteraard niet proper of wat had je gedacht. Het vuil der moeder aarde zat hem onder elke nagel en in elke plooi en porie van zijn handen. Toch stopte hij, wreef met een oude zakdoek het zweet zijnes aanschijns van het gezicht, ging naar zijn rugzak en haalde de banaan boven. Daar stond hij dan. De innerlijk mooiste man ter wereld die niet alleen een prachtig karakter heeft maar ook hygiënisch een bijzonder scherpe moraal hanteert, brak daar de banaan met zijn vuile handen omdat hij wist dat het vruchtvlees ervan niet aangeraakt hoeft te worden om ervan te eten. Tenzij de schil niet wil breken natuurlijk, maar je kunt niet altijd van een worst-case-scenario uitgaan. Hij at er smakelijk van zonder te smakken of met open mond te kauwen. Jawel, dat kan ook. Bij het laatste hapje, of stukje zo u wilt, kneep hij met duim en wijsvinger in het, zal ik het kontje noemen, van de banaan. Daarmee gaf hij teken dat ook dit laatste restje uit de schil mocht komen. Ziezo… Hapje klaar. Het enige dat hij nu nog in handen had was de slappe schil van wat ooit een fiere trotse banaan was. Hij schaamde zich hierover een beetje doch maakte van zijn hart een steen, ging naar de vuilnisemmer, trapte op het pedaal en wierp de schil erin. Het ga je goed mijn vriend. Wat hebben we genoten van de tijd die we samen hebben doorgebracht. Ik weet nog goed de eerste keer dat ik je zag hangen aan dat haakje van mijn favoriete groentekraam. Het was smaakvol op het eerste gezicht. Onze wegen scheiden nu, maar ik zal je nooit vergeten. Hij vermande zich door naar de orde van de dag terug te keren. Wat stond er nu ook al weer vervolgens op het programma? Verhip, ik ben het kwijt. Hij keek eens rond om te zien of hij daarvan geen memorieboest kon krijgen. Hij zag zijn keuken, proper en netjes zoals hij het gewend is. Een lekkere half ontblootte vrouw keek hem verleidelijk in de ogen. Dat was een geschenk dat een vriend hem vorig jaar eens gegeven had. De knaap plaatst rolluiken en zonnepanelen voor zijn beroep in een familiezaak. Op één of andere manier zijn ze ooit tot de traditie gekomen om elk jaar met de jaarwisseling een kalender uit te geven met bijzonder lekkere halfnaakte vrouwen die ze als relatiegeschenk aan hun beste klanten geven. Hij was zelf geen klant van hem maar die vriend moest de hunkering in zijn ogen gezien hebben toen hij het verhaal vertelde. Het jaar daarop kreeg hij zo’n kalender cadeau. Wat bij innerlijk minder mooie mannen misschien in hun garage hangt, komt bij hem in de keuken te hangen. Een schoenmaker hoort bij zijn leest zoals een lekkere meid bij een bordje gerookte zalm hoort, versiert met wat citroenpartjes, vers gehakte peterselie en even zo vers gemalen peper. Genoeg om de vingers en duimen af te likken tot aan de oksel en weer terug. Dat deed bij hem een lampje branden. Ik ging die van de gang nog vervangen! In een oude schoendoos bovenop het hoogste kastje van zijn keuken bewaarde hij zijn beste lampen. Slechte lampen had hij niet. Die gingen meteen terug naar de supermarkt waar tegenwoordig bakjes staan waar je ze in kunt deponeren voor recycling. Hij nam een lamp van de juiste dikte en slofte daarmee naar de gang. In de gang had hij een probleem. Hoewel hij de verlichting in handen had, zag hij niet veel. Het was er behoorlijk donker. Dat kwam natuurlijk omdat de lamp kapot was. Vertwijfeld bleef hij staan. De wenkbrauwen lagen in een frons. Het beeld van de gerookte zalm en de oksel kwam weer naar boven. Dat bracht hem nogmaals op een idee. Hij opende de gordijnen van zijn gang en liet het daglicht naar binnen. Hoe briljant was dat, vond hij. Dat ik daar niet eerder op gedacht heb. Hier hebben we natuurlijk licht van buiten, gewoon gratis. En ik lig hier te knoeien met mijn lampje van niets. Wat stom van me. Hij ging terug naar de keuken en plaatste de lamp terug in de oude schoendoos. Op die manier heb ik toch maar mooi weer eventjes de wereld gered van nog meer afval. Die lamp kan ik later nog wel gebruiken als het donker is. Voorlopig dient dat tot niets. Daarmee zat zijn vaste planning voor de dag er alweer op. En het was nog niet eens zeven uur dertig. Wat valt er voor de rest zo nog allemaal te doen? Sokken of washandjes wassen is out of the question. Dat had hij reeds eerder die dag besloten. Maar wat nu? Had hij niet nog ergens een nagel die geknipt moest worden? Even kijken… Nee, daar is alles in orde. Hier ook. Hij ging zitten en ontdeed zich van zijn linker slof. Nope, ook hier dik okay. Zijn linkervoet stak hij terug diep in de slof en hij gaf zijn rechtervoet een check-up. Ja, tuurlijk… De laatste voet uiteraard. Je zult het altijd zien. Daar, die nagel van de “ringteen”, die moest hij nog knippen. Dat was er vorige keer van tussenuit geschoten. Vier dagen geleden was hij alle nagels in willekeurige volgorde aan het knippen terwijl hij naar TV keek. Alles ging goed tot hij de wenkbrauwen van Brooke Shields in beeld kreeg. De rest van de avond leek wel in een waas te verlopen. Dronken van schoonheid moet hij uiteindelijk toch in bed beland zijn geweest want daar werd hij wakker met zijn knuffeltje Huggie naast zijn hoofdkussen. Vreemd… Die knuffel ligt anders gewoon altijd bij hem in de zetel, niet in zijn bed. Hij had altijd schrik dat hij in zijn onbewust slaapwroeten het beestje uit zijn bed zou duwen en dat kon hij niet op zijn geweten hebben. Een nagelknippertje is in zijn salon nooit ver te vinden. Noem het traditie. Hij nam het en knipte behendig de achtergebleven nagel. Niemand kon hem nu nog verwijten van een warhoofd te zijn. Zijn hoofd was weer vrij voor de volgende klus. Hij dacht terug aan de prachtige wenkbrauwen en viel met de mondhoeken naar zijn oren getrokken in een meditatiestaat die duurde tot hij gewekt werd door het grommen van zijn maag.

Advertenties