Beweeg, leef en bewonder

Als ik al eens een wandelingetje pleeg te maken dan wil ik dat best goed doen. Geen half werk. De benen van onder het lijf lopen maakt als spreuk op dat moment deel uit van het huidige moment. Ik doe dat zorgvuldig. Men zal mij geen overhaaste sprongen zien maken of beurtelings een koprol tentoon stellen. In het slechtste geval, en dan spreek ik op een droevige maandag als ik met het verkeerde been uit bed gestapt ben, maar dat kan evengoed op een vrolijke donderdag zijn met een piccobello beentje, wil ik wel eens een misstap begaan. Dan struikel ik over mijn eigen benen of een minuscuul steentje op de weg. Als kind had ik niet veel kwaliteiten, maar struikelen kon ik als de beste. Een valavond had in ons gezin een gans andere betekenis dan bij de buren. De ene wonde was nog niet genezen of er kwam een nieuwe bij. Op den duur begon mijn moeder een datum op mijn pleisters te schrijven om enigszins een overzicht te bewaren. En je zou denken dat een mens naarmate hij een ruimschoots aantal keren hetzelfde heeft meegemaakt, daar vanwege pure overmacht een zekere professionele gratie in verkrijgen zal, niets is minder waar. Het tegendeel zelfs. Hoe meer ik viel, hoe lomper het ging. Bij familiefeestjes werd ik in plaats van een liedje te zingen of een versje voor te dragen simpelweg verzocht om nog eens een valpartijtje te maken. Zo tussen twee troevewiezenspelletjes was dat wel eens een welgekomen afwisseling.

Tegenwoordig heb ik dat niet zo vaak meer, dat vallen. Ik doe daar niet nostalgisch over. Misschien is dat ook zoiets waar je kunt uitgroeien. Het mag wel. Ik ben blij dat ik ervan af ben, hoewel ik mij helemaal niet anders voel als toen. Hoewel… Een Eskimo kan je de verschillen tussen tientallen verschillende soorten sneeuw uitleggen. Welnu, ik ga er prat op om hetzelfde met schaafwonden te kunnen. Eigen schaafwonden, wel te verstaan, want ik kan geen bloed zien bij anderen. Kom dus niet af met jullie eigen wonden. Niemand zou het mij nageven, maar er schuilt wel degelijk een uitmuntend sprinter in mij als me daar een goede reden voor gegeven wordt. Zonder een geldige reden beweeg ik liever niet extravagant. Dat heb ik altijd al gehad. Wat dat betreft stroomt er nog altijd dat beetje Hollands bloed doorheen mijn aderen dat van langs mijn moeders kant is doorgegeven. “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg!” Op school waren de turnlessen dus niet aan mij besteedt. Ik zag er simpelweg het nut niet van in. Een turnleraar hoefde daar met mij niet over te discussiëren.  Dat wisten ze. Het gebeurde wel eens dat in het begin van zo’n schooljaar een nieuwe leraar mij het lesje wou spellen, maar ik praatte ze allen onder tafel met het gemak van Einstein die in discussie gaat over het getal Pi met de man die op het einde van een groots opgezette stoet waarin paarden zijn betrokken de emmer en de schop hanteert om de accidentjes van de dieren weg te halen. Er is namelijk een reden waarom iemand turnleraar wordt en niet wiskundeleraar of leraar Aardrijkskunde. Dat had ik al vrij snel door. Tegen iemand als ik, die het altijd van zijn intellect gehad moest hebben, eerder dan zijn fysieke kracht of laat staan nog maar mogelijkheden, is zo’n man niet opgewassen.

“Vandaag gaan we zo snel mogelijk van de éne kant van de zaal naar de andere kant lopen en weer terug. Vijf keren achter elkaar.”
“Pardon? Mag ik dan ook vragen waarom?”
Vervolgens heb je een gamma van mogelijke antwoorden, die recht evenredig zijn met het intellect van de leerkracht.
Eén: “Omdat het goed is voor je.”
“Goed? Ik loop honderd keren meer kans op blessures en kwetsuren als ik daar aan mee doe, dan als ik gewoon hier op dit bankje blijf zitten. Gaat u mij dagelijks de notities van mijn klasgenoten naar huis brengen zodat ik de leerstof kan bijhouden? En van welke klasgenoot zou u dat dan doen? Ik vertrouw niet iedereen daarin.”
Twee: “Omdat je er sterker van wordt.”
“Wat bedoelt u juist met sterker? Sterker in het leven of in omvang? Wat ben ik met krachtige spieren als ik niet weet waar Brussel ligt of regen vandaan komt? Of bedoelde u misschien beter? Dan begrijp ik de redenering nog steeds niet. Hoe kan ik een maatschappelijk beter mens worden als ik deze oefening doe?”
Drie: “Dat is goed voor je conditie.”
“Mijnheer, ik fiets elke dag een dik half uur door weer én wind naar deze school om hier hopelijk wat bij te leren dat ik kan gebruiken om later aan werk te geraken. De meeste van mijn klasgenoten worden met de wagen gebracht. U zie ik ook elke dag een parkeerplaats zoeken. Wie van ons heeft hier de beste conditie denkt u?”
Vier: “Omdat ik het zeg!”
“Nou wordt ie helemaal mooi! Is dit de levensles die u mij en mijn klasgenoten hier wilt aanleren? Moet ik mij daaraan onderwerpen? Ik ben baas over mijn eigen lichaam. Ik zeg wanneer en hoe het in actie schiet. Niemand anders. Als u daar niet mee akkoord gaat, of als u daar een andere mening over heeft, dan wil ik u vriendelijk verzoeken met mij mee te gaan naar de schoolconsulent alwaar u zichzelf kunt verdedigen waarom u mij verplicht tot fysieke handelingen waar ikzelf niet mee akkoord ga.”

Ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan maar het zou ééntonig worden. Eens de toon begrepen is, verander je best. Het dient nochtans gezegd te worden dat ik enkele jaren een turnlerares had die het wél begreep. Die wist dat ze mij niet op het veld moest sturen tussen mijn klasgenoten voor een spelletje groepssport waarbij een bal betrokken was. Mijn fysieke mogelijkheden kwamen het beste tot uiting op de bank naast het veld. Het samenhorigheidsgevoel binnen de groep versterkte zich alleen maar als ik niet mee achter zo’n bal moest aanlopen.  Hoewel ik fakete dat het een aard had, was ik in hun ogen een geboren supporter. Geen speler. Als er al eens inspectie was dan liet ze mij even meespelen met de rest, maar zo gauw deze lui doorhadden dat ik zowel voor de groepsdynamiek als voor de eigen psychische gezond beter als reservespeler zou functioneren, mocht ik doen alsof ik het ultieme wapen van het spel was, dat alleen ingezet zou worden als 70% van de huidige spelers een blessure hadden opgelopen of gewoon niet waren komen opdagen. Ik was trouwens de enige die altijd, maar dan ook altijd aanwezig was én volledig in orde met zijn sportkledij. Dat was het minste dat ik kon doen. Meer hoefde ze van mij niet te verwachten. Het is dus niet dat ik de dynamiek van de lessen Lichamelijke Opvoeding niet begreep, ik zag er gewoon het nut niet van in om mijn fysieke beperkingen zomaar voor al mijn klasgenoten tentoon te stellen.

Is het niet triestig dat je maar pas de nodige vrijheid en beschikkingsrecht krijgt over je eigen lichaam, als de psyche geschaad is geweest door het stelsel dat wij school noemen? Ik ben realistisch genoeg om te weten dat bewegen gezond is. Het lichaam is een machine dat onderhouden moet worden met voedsel, regelmatig het raderwerk te laten draaien en de kabels op te spannen. Ik beweeg nu zelfs meer dan vroeger. Ik heb er tenslotte de tijd voor nu. Er wacht mij geen huiswerk meer of lessen die van buiten geleerd moeten worden als ik thuiskom. Nu beweeg ik op mijn eigen maat en normen: een rustgevende wandeling, een tochtje met de fiets, een flinke opruimactie met de stofzuiger in het kielzog of losweg het uithoudingsvermogen aanscherpen door alle accessoires in mijn badkamer achtereenvolgens op te frissen. Dat vind ik zinvol bewegen. Daar heb ik iets aan. Als mijn allerliefste virtuele vriendin mij daarbij moest vragen: “Waarom?” dan hoef ik het antwoord niet ver te gaan zoeken. Omdat het leuk is, ontspannend of omdat ik er gewoon mijn leefwereld adequaat en zichtbaar mee kan verbeteren. Zo een uurtje verplicht turnen kan daar niet aan tippen. Als ik tijdens mijn wandeltochten ergens op een grasveldje een groepje zie bewegen onder leiding van een vieze oude snoeper die er nog voor betaald wordt ook, dan denk ik meestal: “Ga het huis toch lekker in een sopje steken in plaats van hier te moeten voor betalen om te doen wat dat stukje egocomplex daar te vertellen heeft. Dat is even gezond, zowel voor je lichaam, je geest als jouw algemene leefwereld.” Ik maak daarbij geen onderscheid tussen mannen en vrouwen. Iedereen is daar vrij in. Als ze maar gezond zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s