Oudejaarsconversatie

Er zijn van die momenten dat ik mijn uiterlijk niet mee heb. Ik maak mijzelf graag wijs dat het eerder sporadische gevallen zijn bij hoogst uitzonderlijke omstandigheden met mensen die niet al te veel kaas en spek met eieren gegeten hebben toen ze klein waren. Het merendeel van de tijd geeft gelukkig niemand éne zier hoe ik eruit zie. Héél af en toe speelt het dan weer in mijn voordeel; als ik bijvoorbeeld tussen intelligente mensen vertoef.  Maar dat is zelden, dat geef ik toe. Ik ben graag in de minderheid.

De laatste dag van 2016 probeerde ik rustig ademend door te komen. Het was een bewogen jaar, zoals ze dat wel eens zeggen. Bijvoorbeeld, moest een toekomstvoorspeller mij vijf jaren geleden gezegd hebben dat ik in 2016 een stukje grond ter beschikking zou hebben waarop twee bonen, een wortel en een halve spruit zou staan, dan zou ik mijn geld terug gevraagd hebben. Ik ben een avonturier, daar niet van, maar dat ik het ooit zo bont zou maken, nee dat zou mijn jonge onvolgroeide brein nooit aanvaard hebben. En toch is het gebeurd. In het jaar waarop enkelen van mijn goden (en van anderen) stierven bij bosjes zat ik met groene laarsjes een wortel aan te sporen om toch maar flink uit de kluiten te schieten. Veel is er niet aan, aan dat tuinieren. Je steekt een zaadje in de grond en voor de rest ben je maanden bezig om daar tegen te roepen dat het moet groeien “en wel in de juiste richting of ik zal je wat!” Af en toe wat vloeken mag daarbij. Die groeiplaatsen zijn niet voor niets altijd zo een beetje afgelegen.

Daarom wou ik dat bijzondere jaar een beetje rustig afsluiten. Alleen met mijn herinneringen in een omgeving die uitnodigt om jezelf ter aarde te brengen en daar je voetzolen stevig in te drukken. Ik was er dat jaar al zo vaak geweest. En steeds kwam ik dan voorbij weggetjes waar ik het fijne van wou weten. Waar gaan die naartoe? Ik houd van wegen en paden die op het eerste zicht nergens naartoe gaan. Waar iedereen zomaar voorbij rijdt. Die veel mensen geen blik waardig gunnen. Zo’n paadjes trekken mij aan.

Het was koud, mijn neus was vochtig. Kwispelend van ongeduld zag ik eindelijk mijn kans schoon om deze wegen, die glorieus waren in hun niet-glorieusheid, te verkennen. Maar eerst ging ik mijn stukje land slaapwel zeggen. Grond waar ooit een paar van je tranen op gevallen zijn blijft voor altijd dierbaar. Vervolgens sprong ik op mijn stalen ros en zette hem op eerste fitesse. Als je nieuwe wegen wilt verkennen die nog niet geasfalteerd zijn, blijf je best op een snelheid die ergens het midden houdt tussen een shoppende vrouw tijdens de opening van de solden en een kind dat naar zijn moeder toeloopt op het einde van zijn eerste dag kleuterklas. Ik kwam een bordje tegen waarop een man stond afgebeeld die met een hond aan de leiband aan het wandelen was. “Mooi,” dacht ik bij mijzelf, “zo hoort het ook. Dat is een grote troef voor dit pad.” Het laatste wat ik nodig had was één of andere hond die mij op deze laatste dag van het jaar achterna zou rennen omdat het mijn angst voor honden geroken had.

Ik was Zen en Mindfull tegelijkertijd. De frisse koelte van dat tijdstip van het jaar doordrong mijn huid. De van bladeren ontspeende geul waarop ik reed nodigde mij uit om niet achterom te kijken. Het laagje ijs van aangevroren mist op takken en gras vertelde mij dat moedertje natuur nog niet geheel wakker was. Haar wakker maken kwam niet bij me op. Laat haar maar slapen. Ze heeft het verdiend. Zachtjes gleed ik op mijn twee winterbanden doorheen haar landschap. Wat snuift de lucht toch lekker in de winter.

Toen ik het einde van het pad bereikt had kneep ik meteen flink op mijn remmen. In wat voor een sprookje was nu terecht gekomen! Voor mij uit lag een landschap waarin ik drie watervlaktes kon onderscheiden. De één al wat bizarder van vorm dan de ander. Daartussen lag een schoon frisgroen grasperk met hier en daar een stevige boom. Op de wateroppervlaktes zweefde nog een dun laagje winterse mistwolken. Dit was een foto waard. Ik greep naar mijn fotomaker maar eens ik één blik in de lens geworpen had, besefte ik dat dit niet te fotograferen viel. Ik kan geen foto van driehonderd zestig graden maken, inclusief sensorisch materiaal. In plaats van een foto besloot ik een herinnering te maken. Ik concentreerde mij en opende al mijn zintuigen. Zoals bij de allereerste fototoestellen liet ik het geheel van indrukken een tijdje op mijn “lens” vallen zodat een afdruk op de film van mijn geheugen kon gevormd worden. Vervolgens sloot ik mijn ogen en borg de herinnering op in de portfolio van mijn wezen.

Ik zag dat het mogelijk was om volledig langsheen alle watervlaktes te fietsen. Hoe geweldig is dat! Dit idee liet ik mij geen twee keren bedenken. Ik fietste rond elk meertje met het plezier dat zoiets kan meebrengen voor een jongen die in een stad woont. Bij het derde meer zag ik dat er een rode draad in het geheel zat want alles scheen zich naar een huisje wat verderop toe te werken. “Hoe zalig moet het daar wonen zijn!” En daar waar een huis staat, is asfalt nooit veraf, dus daar moest ik naartoe om terug tot bij de beschaving te komen. In de verte zag ik een man wandelen. Waarschijnlijk één van de bewoners die op deze laatste dag van het jaar nog even een frisse neus wou halen. Ik moest toch die kant uit dus ik zou hem wel vriendelijk een goed eindejaar toewensen. Naarmate ik dichter kwam, bemerkte ik echter dat hij niet zozeer aan het keuvelen was maar eerder in kordate tred zichzelf naar mijn richting bewoog. Assertief, dacht ik nog.

“HÈI! WA EDDE GA HIE TE ZUUKE GAST!”

Mijn maag kromp ineens. Mijn hart heeft drie seconden geen klop gedaan terwijl het in mijn hoofd gonsde van de gedachten. Ik begon ineens het plaatje te snappen. Terwijl ik zo vrolijk en vrij rondom die meertjes aan het fietsen was, kreeg die man mij in het snuitje. In zijn ogen was ik eigenlijk niet meer dan langharig werkschuw tuig op een fiets. Op dat moment wou ik dat ik een frisblonde vrouw was met satijnen benen, een prikkelend streepje vacht op de venusheuvel en lelletjes om van te snoepen. Maar nee, ik was een in’t zwart gekleed langharige man met bakkebaarden en een grote neus. Het type dat voor kinder- en soapseries getypecast wordt als schurk voor het kleine volk. Ik moest onmiddellijk en weldra deze man overtuigen van mijn onschuld, maar hoe? Hoe vecht je tegen een vooroordeel? Uit ervaring wist ik dat ontkenning niet helpt. De eerste woorden die ik uitsprak waren te negeren. Mijn stem sloeg over en ik moest naar adem happen. Zo moe word je niet van het fietsen op eerste fitesse, maar de schok die deze man bij mij teweeg bracht, deed mij hijgen en trillen op mijn benen. Ik vertelde dat ik niets zocht, dat ik alleen maar de omgeving wat aan het verkennen was. Nog steeds in zijn agressieve fase blafte hij mij toe dat ik op privé domein was. Hoe dat? Buiten dat bord met die man en dat hondje aan de leiband heb ik niets gezien. Hij zei dat wel meer mensen daar over kijken. Dit was een signaal voor mij om het gesprek open te trekken. Ik sprak hem van het stukje grond dat ik dit jaar mocht gebruiken en dat ik al een gans jaar wel eens wou weten hoe het landschap er verder zou uitzien. “Wat een prachtig landschap is dat hier.” Het maakte deel uit van een vis club, verklaarde hij. Best logisch. En toen wist ik wat moest zeggen om hem voorgoed voor mij te winnen: “Mijn vader had dit moeten weten. Ik ging vroeger vaak met hem gaan vissen. Hij zou dit geweldig gevonden hebben.” Inderdaad. Het verder gesprek ging verder over zijn vissen en zijn club. De voorbije maanden had het clubhuis een paar inbraken te verwerken gehad. “Wat valt daar nou te stelen?” Toen ik de vraag gesteld had, vreesde ik dat hij mij metéén weer verdacht zou vinden. Maar nee, hij ging voort over pakjes chips, flesjes drank en weet ik niet wat nog allemaal. Mijn verstand stond op de status gesloten met het automatische sociaal redding systeem op actief. Het gesprek werd uiteindelijk afgesloten met: “Kom gerust nog eens langs. Gij zijt hier altijd welkom.” Ik slikte het contrast wrang naar binnen. Daar bleef het zeker nog tot twee januari op mijn maag liggen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s