Het naakte aapje

Er is een merkwaardige trend gaande in de wereld van de bi-rondellen. Ik wil het al een tijdje merken. Het is net alsof het aandachtspunt van wat belangrijk is verschoven is. Ik keur het niet goed, ik keur het niet af. Ik kan het alleen maar aanschouwen en aanvaarden dat het is gelijk het is. In de wereld van de quadri-rondellen zijn bij mijn weten al lang geen bijzondere nieuwe vernieuwingen meer uitgevoerd. Okay, we hebben de elektrische wagens, wagens op gas en wie weet later nog op zonne-energie. Hoogstens kun je de volautomatische wagen als een nieuwe trend gaan beschouwen, maar ik geloof niet dat zulks nog voor de eerste twee decennia zal zijn. Momenteel lijkt de business-industrie zich vooral bezig te houden met de klassieker van de bi-rondel: de fiets. Ik schrijf dit woord “fiets” met een zekere emotionele beladenheid. Ik mag dat want ik ben een automobilist. Daarmee bedoel ik dat ik op eigen kracht beweeg, zonder hulpmiddelen van brandstof, elektriciteit, gas, steenkool of kernenergie. De enige hulpmiddelen waar ik eventueel soms een beroep op doe zijn koffie, uien met bonen, wind mee, een bergaf, het idee dat een lekkere meid mij in de rug aan het gadeslaan is of een héél stuk verder voor mij zelf aan het fietsen is. Waarom ik daarnet schreef dat ik een emotionele beladenheid voel bij het woordje fiets is omdat steeds ouderwetser klinkt. De activiteit van het fietsen zelf lijkt steeds meer beïnvloed te worden door de standaarden van de quadri-rondel gebruikers. Snelheid, dat is hét woord van de eeuw. Alles moet sneller. De snelheid van wagens is de vorige eeuw zodanig opgedreven dat we genoodzaakt zijn een maximum snelheid op onze wegen te voorzien. Hetzelfde zie ik vroeg of laat ook nog met fietspaden gebeuren. Onze fietsen worden steeds sneller. Niet allemaal natuurlijk. De stadfiets rijdt nu niet significant sneller dan dertig jaren geleden. Het zijn door de band genomen oerdegelijke fietsen waar niets tegen in te brengen valt. De meest revolutionaire evolutie die momenteel aan de gang is bij de stadsfiets is de introductie van de bagagekarretjes of de terugkeer van de bakfietsen. Moedertje Natuur kijkt daar glimlachend naartoe terwijl ze denkt: “Ziedaar… Goede naakte aapjes!”

Nee, het feit dat ook de bi-rondellen tegenwoordig sneller en sneller gaan is vooral te merken in de toenemende aanwezigheid van elektrische- en wielrenfietsen. Op zich prima uitvindingen, die de concurrentie zeker mogen aangaan met de rollator, elektrische rolwagens en brommers voor mensen die door omstandigheden extra hulp nodig hebben bij het zich verplaatsen. Een klasse apart zijn natuurlijk de motors. Op de fiets na is een motor het enige andere vervoermiddel waarvan je met zekerheid kunt zeggen: dit een transportmiddel met als enige doel om zonder boe of baa van A naar B te geraken. Allé, ’t is te zeggen: ze geven iets méér boe en baa dan een stadsfiets maar op de schaal van Darwin zullen zij rechts te zien zijn, terwijl de klassieke fietser eerder links staat. Ze rijden op de echte baan, niet op fietspaden. Hetzelfde kan ook voor wielrenfietsen gezegd worden, maar niet zonder een strafbaar feit van de bestuurder in het achterhoofd te houden.

Ik ga ervan uit dat iedereen die met een elektrische- of wielrenfiets rijdt daar wel een respectabele goede reden voor heeft. Een reden waar ze zelf niets aan kunnen doen. Aambeien bijvoorbeeld. Een perfecte reden om jezelf als de wiedeweerga van de éne naar de andere plaats te willen verplaatsen. Hoe sneller hoe liever denk ik dan. Ik zou ook niet graag lang op een zadel zitten met aambeien. Daarom heb ik alle respect voor mensen die wegens medische redenen, zij het aambeien, incontinentie of gewoonweg een psychische aandoening via de huisarts of de specialist een wielrenfiets voorgeschreven krijgen met aangepaste nauwsluitende kledij voorzien van éxtra vocht opslorpend zeemvel aan kruis en zitvlak. Geen probleem. Als vredelievende humanist die niemand iets kwalijk toewenst heb ik wel eens medelijden met hen als ik ze zie fietsen. Aan het gezicht alleen al zie je dat die mensen aan het afzien zijn. Je ziet aan de stand van hun mond dat elke trap pijn doet. Hun ogen zijn meestal verborgen achter een donkere bril omdat ze wellicht nét uit het ziekenhuis ontslagen zijn en nog even moeten wennen aan het échte daglicht. Chapeau & Respect!. Ik heb er anders soms wel wat moeite mee dat ze de rudimentaire verkeersregels van het fietspad en de straat aan hun wielerschoenen lappen, maar ergens begrijp ik dat wel. Ze zijn nog wat verward door de medicatie. Ze doorstaan helse pijnen en het enige waar ze op dat moment aan denken is: “Hoe geraak ik zo rap mogelijk thuis!” Iemand met een zwangere vrouw op de achterbank die een opening van 8 cm nabij is zal ook al eens een rood lichtje negeren als de kans veilig is, of vloeken en tieren tegen een groepje schoolkinderen die hem de weg verspert. De individuele wielrenfietser heeft daarbij nog een éxtra handicap. Hij moet zichzelf, kwetsbaar als hij in zijn of haar dooie ukkie is, een weg banen doorheen de jungle van het wegennetwerk. In groep hebben ze het een stuk gemakkelijker. Dat spreekt voor zich. Vaak worden ze dan nog begeleid door een arts in een wagen vooraan en één achteraan de groep, die de gehele trip volgt om op die manier veilig een weg te banen. Heb je het als groep wat beter op het financiële vlak dan kan het zichzelf een éxtra wagen permitteren die met een luidspreker bovenop de andere weggebruikers waarschuwt dat er een zelfhulpgroepje staat aan te komen. Dat verhoogt het veiligheidsniveau terdege. Maar ja, zoals altijd: niet alleen luxe moet je kunnen betalen, ook veiligheid.

Patiënten die voor de elektrische fiets gekozen hebben, halen tegenwoordig dezelfde snelheden als een gemiddelde snelfietsfietser maar zitten minder onderdanig naar de hun omringende wereld te kijken. Ze kunnen een fierdere of rechtere houding aannemen door de aard van hun fiets. Het is dus méér geschikt voor mensen die onder behandeling zijn van depressies of rugklachten. Of dit een goede therapie is voor deze klachten, daar heb ik mijn twijfels over. In mijn ogen creëer je op die manier mensen met een zekere hoogheidswaanzin. Wie kent de scène niet uit de film Mary Poppins waarin de vrolijke bende op zwevende draaimolenpaardjes in een échte paardenwedstrijd terecht komt. Terwijl de ruiters alle moeite doen om snelheid te halen op hun echte paarden, halen Mary en haar kornuiten hen met het grootste gemak en de minste moeite in. Je ziet ze doodleuk in kaarsrechte houding op hun namaakpaarden die ze nét van de draaimolen gehaald hebben. Een ludiek beeld uiteraard, maar het beschrijft perfect hoe een échte fietser zich voelt als een doorgrijst iemand hem met rechte rug en ontspannen trappersdraaien voorbijsteekt met wind tegen. Het is niet alleen gênant voor de “natuurlijke” fietser, het lijkt me tevens niet erg snugger van een dokter om voor iemand die moeite heeft met de werkelijkheid zulk een realiteitsbedrog voor te schrijven.

Swat, moest ik ook geen moeite hebben met de realiteit, het zou me nooit opgevallen zijn. Een mooi geval van “de pot verwijt de ketel dat de keuken zwart ziet,” lijkt me. Ik ben de eerste om toe te geven dat ik ze zelf allemaal niet geheel op een rij heb. Vroeg of laat zal ik maar al te blij zijn dat deze transportmiddelen bestaan. Ik ben een kind van mijn omgeving. We zijn niet voor niets de grootste pillenslikkende natie ter wereld. Vandaar wellicht onze liefde voor de wielersport. Ik respecteer andere meningen tot het niveau dat er geen schade of ongemak optreedt. Moest ik kinderen hebben en één van hen zou op een welgekozen moment, na lang aarzelen, wikken en wegen, tegen mij zeggen: “Vader? Ik moet je iets bekennen.” “Is het écht? Oei, dat klinkt serieus. Wacht, daar ga ik voor zitten. Vertel op, Joske of Josefientje!” Afhankelijk of het een zoon of een dochter is. In mijn fantasie heb ik weliswaar een voorkeur, maar in realiteit heb je het niet altijd voor het zeggen. “Pa, het zit namelijk zo… Ik geloof dat ik in hart en nieren een wielertoerist ben.” Ik zou misschien toch wel eventjes moeten slikken. Je weet dat het altijd mogelijk is, maar je verwacht het niet. In een flits zie je zijn of haar volledige jeugd terug voor ogen en opeens besef je dat je altijd blind geweest bent voor de signalen die allemaal deze richting uitwezen. En dan zal ik hem of haar een knuffel geven en zeggen: “Mijn kind… Ik heb het al die jaren al kunnen weten maar ik was er blind voor. Het spijt me verschrikkelijk. Ik vind het zo moedig en prachtig van jou om mij dit nu te zeggen. Van mij krijg je alle steun! Ik zal de beste pakjes en het mooiste fietsje voor je kopen die binnen mijn budget liggen. Ik ben fier dat je mij hiermee in vertrouwen neemt. Maar ik zou je nog wel één ding willen vragen als ik mag.” “Natuurlijk Pa, alles! Ik ben blij dat het eruit is en dat je er zo op reageert.” “Dat spreekt toch vanzelf. We zijn de jaren vijftig niet meer. Wat ik je wil vragen is dit: rij altijd veilig, wil je? Waar je ook rijdt, rij veilig. Ook als je in groep rijdt en de anderen doen het niet, ga dan niet met de meute mee maar rij altijd veilig. Dat is voor mij het belangrijkste. Voor de rest doe je maar wat je wilt.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s