(R)Evolutionair

Putje winter… Ik wandel op een marktplein bij een aangename temperatuur van achtentwintig graden met een gratie van een smoorverliefde eend op een kiezelpad naast zijn vijver in mei. Mijn adem is krachtig en diep. De lucht dat het binnen brengt voedt mijn longen op zulk een wijze dat het als een pakje friet voor de obesitaslijder is. Een zachte wind waait mijn lange haren perfect in de plooi en ik schud mijn hoofd om dit te benadrukken. Het zendt een golf van elektriciteit over het volledige marktplein waardoor de voorbijgangers en de mensen die op de terrasjes zitten allen het hoofd naar mij toedraaien en mij aanstaren. Ik stop en kijk terug. Van onder mijn oksels voel ik druppels testosteron mijn torso afglijden. Het kietelt een beetje maar het is niet onaangenaam. Terwijl mijn blik de volledige driehonderdzestig graden van het marktplein aftast, zie ik dat de vrouwen die op de terrasjes zitten hun kinderen naar binnen sturen. De mannen maken een excuus en gaan mee. Van de voorbijgangers vleien alle vrouwen uit pure weekheid in hun benen zichzelf op de grond neer. Hun wandelpartners, in een vergevorderde staat van bewustzijnsvernauwing verdrongen, lopen als hersenloze zombies gewoon verder. Ik glimlach. De zon maakt dat ik mij open stel voor suggesties. Links voor mij zie ik een melkzoete schone een knoopje bijstellen waardoor haar V-hals een kwalitatieve waarde krijgt dat een Michelinster verdient. Ze glimlacht terug. Wat meer naar rechts zie ik iemand die op een oude liefde lijkt speels haar lippen nat maken met haar tong terwijl ze me strak in de ogen kijkt. Ik geef haar een doortastende blik terwijl ikzelf even met mijn duim over mijn lippen strijk. De meiden op de terrasjes in de achtergrond proberen elk voor zich mijn aandacht te trekken door met grote gebaren wat kledij te verwijderen zonder dat het illegaal wordt. Het zijn stuk voor stuk lekkere meiden. Jong, wat ouder, gezet, minder gezet, blank, bruin, zwart, geel, lang haar, kort haar, lange broeken, amper broeken, kleedjes, rokken, boerka’s, sjaaltjes,… Een heerlijk spel van gezien zijn en bezien worden. De wereld van het leven is mooi en geweldig.

 “There’s something happening here…”

Huh? Wat is dat? Ik hoor deze zin van in de verte binnenkomen maar ik weet niet waar het vandaan komt. Ik luister aandachtiger maar hoor niets meer. Wat raar. Ik zou toch gezworen hebben dat ik iets hoorde. Mijn neus voelt koud aan. De rest van mijn lichaam is warm en gezellig. Geen probleem. Ik negeer alles. Hier achter mij ligt nog iets lekkers dat misschien wel twee Michelinsterren waard is. Mijn ogen strelen als een veertje achter haar linkeroor, onder het lelletje en zo via haar hals naar de bovenzijde van haar schouder. Het is alsof ze mijn gedachten kan lezen want met één hand slaat ze het lange haar weg van dezelfde kant als waarop ik mij gefocust had.

“What it is ain’t exactly clear…”

Godverdomme, daar heb je het weer! Ditmaal ben ik zeker. Dit kan geen toeval meer zijn. Een bang gevoel van onmacht maakt zich van mij meester. Ik kijk verschrikt rondom mij heen. Eén voor één vervagen ze. Die van de terrasjes eerst en dan degenen die rondom mij op het plein lagen. Wat gebeurt er? Ik probeer iemand vast te pakken. Ik wil niet als enige overblijven. Mijn hand gaat los doorheen haar middel. Wat is dat? Ben ik hier niet? Waar ben ik dan? Ik zwaai in volle paniektoestand met mijn armen rond om mij heen, hopend dat ik iets of iemand nog te pakken kan krijgen. Een ijle schreeuw ontsnapt mijn keelgat terwijl de realiteit rondom mij vervaagt en de schreeuw stilt. Mijn lichaam wordt geleidelijk aan volledig bedekt met een zacht stof. Nee! Dit kan niet. Dit mag niet!!!

“There’s a man with a gun over there…”

De golven van een andere realiteit overspoelen mij nu. Een koudere realiteit met zuurstof die niets anders doet dan mij in leven houden. Ik open mijn ogen en zie het dagelijkse plafond boven mij. Nee, terug dicht die kijkers! Harder deze keer. Ik wil dit niet. Ik wil terug naar dat marktplein! Met elke neuron in mijn hersenen probeer ik de beelden terug op te roepen, wat mij aardig lukt, maar het blijven niet meer dan beelden. Ik bén er niet meer. Iets houdt mij tegen. Ik wil weten wat maar vind niet meteen iets. Of toch… Jawel, daar! Mijn gedachten hangen vast aan onhandige klamme blubber van zacht en hard materiaal met schimmelachtige draden erop. Op sommige plekken lange draden, op andere plekken enkel wat donsachtige schimmel. Het ademt, dus het leeft, maar wat hoef ik daarmee te maken te hebben? Ik wil vrij zijn. Tussen de vogels vliegen. Deze blubber weegt te zwaar.

“Telling me I’ve got to beware…”

Aaargh! Het is niet anders. Ik kan er niet meer onderuit. Ik moet het aanvaarden. Nietes! Welles! Nietes! Welles! Misschien kan ik doen alsof ik niet moet? Wat als ik de deken nu nog eens over mij heen trek en mij daarin verberg tot ik weer terug in die andere realiteit ben? Dat zou een oplossing zijn. Maar nee, het is te laat. Dit lichaam begint tekenen te vertonen van protest. Ik voel dat het vocht wilt aflaten. En als ik dan gewoon eens wat harder pers? Het vocht terug naar binnen sturen. Nee, dat werkt ook niet. Dat weet ik. Hoe meer moeite je doet, hoe harder je moet.

“I think it’s time we stop, children, what’s that sound. Everybody look what’s going down”

Ach, wat voor zin heeft het ook? Ik open mijn ogen en zucht de genadeslag van de nacht. Mijn verstand staat op nul als ik mijzelf rechtzet met de deken nog steeds tegen mijn keel gehouden. Het laatste ontkenningsverschijnsel. Het hoofdhaar hangt in plukken voor mijn gezicht en irriteert met kriebels mijn neus. Ik wiebel mijn bekken uit protest tegen het rechtopzitten. Het kan nog steeds. Het enige dat ik hoef te doen is het scharnier van mijn bekken terug open te zetten en ik lig opnieuw horizontaal. En dan? Wat dan? Hoe dan? Komaan dan. Geen gezeur meer. Het leven kan je toelachen. De dag kan een vrouw met zich meebrengen die jouw stoutste dromen kan overtreffen. Vooruit. Hop… Allé zeg… Ik krab mijzelf driemaal aan het kruis als om een geest wakker te maken die de volgende stappen in mijn plaats wil doen. Maar het is niet anders. Er is geen geest en dit lichaam staat reeds op de ON-stand. Het is al bij al de slechtste nog niet. Geef het wat beweging. Ik sla de deken met tegenzin weg en hef mijn benen uit bed. Mijn klokradio gaat uit. Het mag dan de warmste winter sinds lange tijd zijn, maar koude is subjectief. Zo subjectief dat het mijn gehele wezen lijkt te omvatten. Ik grijp naar mijn kamerjas en sla hem over mij heen. Hoe ging dit ook al weer? Oh ja, ik neem deze twee eindjes en sla de ene rond de ander. Vervolgens maak ik een lus van de éne en draai de ander er rondom heen met een vinger in de aanslag om hiervan een tweede lus te maken. Dan moet ik trekken. Het lukt. Ik trek hem zo stevig mogelijk aan. En nu? Sloeffen? Ja, sloeffen. Het wordt tijd om mijn voeten deftig erin te steken. Okay, dat is ook weeral achter de rug. Ik vermoed dat ik nu maar beter kan rechtstaan. In actie treden. De boel vooruit laten gaan. Geen gras erover laten groeien. Met spieren waar ik de naam niet van ken trek ik mij recht. Ziezo. We kunnen er weeral tegen. Nu ik hier toch sta kan ik evengoed dat vocht aflaten. Maar niet hier! Nee, daar zijn plaatsen voor. Jee, wat lijkt dat ver. Als ik twintig stappen zet ben ik er NOG niet. Kan je nagaan. Hoeveel het er dan werkelijk zijn dat weet ik niet. Zo neurotisch ben ik ben dan ook weer niet. Ik doe een stap. Die gaat prima. Daar kan er nog eentje bij. Die gaat ook niet slecht. We boeren goed vandaag. Dit vraag om een kleine traktatie. Maar we zijn er nog niet. We hebben nog een helse tocht af te leggen. Afijn, om een lang verhaal kort te maken, het is me gelukt. Het vocht kwam in het daarvoor voorziene toestel en ik was blij. Ik weet dat het misschien wat overdreven is. Sinds mijn zesde is het mij nooit meer overkomen, maar toch… Daarvóór wist ik niet dat het mogelijk was. Voor mij was het zulk een mind-over-matter overwinning dat ik nog steeds met fierheid overmand wordt als de juiste dingen op de juiste plaats terecht komen. Ik voel een frisse golf van energie terugkomen. Wat ik vandaag ook verder mogen besluiten om te doen, of het nou automatisch gebeurt of doordacht, het lijkt op dit moment bijzaak. Kijk naar de weg die ik al afgelegd heb: van totale adoratie op een marktplein van de ideale wereld, doorheen wanhoop, onmacht en teleurstelling, om nu te eindigen met een tevreden rechte rug klaar om de dag te begroeten met een glimlach. Niet overdreven natuurlijk, want ik mag de realiteit nooit overschatten, maar een beleefde glimlach om geen onheil aan te wakkeren is ruim voldoende. Een glimlach behoedt niet alleen voor slechte dingen, het zet tevens de deur open voor goede dingen. En ik ben er zeker van dat nog altijd mogelijk is. Mijn zindelijkheid is het bewijs ervan. Wie had 40 jaren geleden ooit gedacht dat deze jongen netjes ging worden. Als dat kan, kan alles. Het enige dat ik maar hoef te doen is elke dag opnieuw geboren worden en merken dat ik al een héél eind afgelegd heb nog voor ik de dag ook maar begin.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s