Zelf-Besnoten

De dokter heeft me ziek verklaard. Hij bond er geen doekjes rond. “Griep,” zei hij alsof het een verrassing zou geweest zijn. Elke gezonde persoon van veertig jaar kent wellicht vanwege ervaring de symptomen uit het hoofd. Hij printte de rest van de week. (Vroeger moest men zeggen: hij schreef de rest van de week, maar dat is voorbij.) Medicatie had ik nog genoeg liggen thuis, vraag me niet waarom, dus dat was niet nodig. En daar stond ik dan. Buiten aan de deur van de dokter op een dinsdagnamiddag, ziek verklaard, met de rest van de week voor mij als een avontuur waar ik helemaal niet voor getekend heb. Als ik iets kan veranderen, moest ik het voor het zeggen hebben, dan zou in deze rijke zorgmaatschappij waarin we leven een instantie invoeren die opvang voorziet voor precies dàt moment: het moment waarop een alleenstaande buiten aan de deur van de dokter of een ziekenhuis staat met de diagnose ziek of kreupel. De Schreeuw van Edvard Munch kan dit beter omschrijven dan welk woord ooit. Wat te doen? Quasi alles wat ik wou doen kan ik niet meer en wat ik moet doen wil ik niet meer. Moest iemand het initiatief voor deze instantie willen nemen, ik zou aanraadden om voor een equipe te gaan van mooie aangename betrouwensvolle mannen en vrouwen van leeftijden die zowel de categorie surrogaatpartner, -ouder of –grootouder kunnen invullen op huishoudelijk, psychologisch en sociaal vlak. Voor elk wat wils. Eenvoudig aan te vragen bij de Ziekenkas. Of nee, nog aangenamer zou zijn moest de dokter bij het schrijven van jouw papieren meteen de vraag stellen: “En zal het gaan? Heb je hulp nodig?” en dat hij meteen een kotje op zijn formulier aanvinkt dat rechtstreeks verbonden staat met deze thuiszorg. Het is een vraag die nog geen enkele dokter tegen mij gesteld heeft en die ik, sinds ik alleen woon, soms zo hard nodig heb als ik bij hen vertrek.

Maar ik geef toe, ik ben een man. En mannen, als die te ziek zijn om te gaan houthakken, dan worden wij baby’s. Dan willen wij dat iemand onze benen omhoog tilt om er een verse pamper onder te schuiven. Dan willen we terug gewassen worden in een teiltje op de keukentafel met water waarvan de temperatuur met de elleboog perfect gemeten wordt. Dan willen wij de hele dag vastgehouden en gekoesterd worden of anders schreeuwen we het uit als we losgelaten worden. Ik ben daar niet anders in. Dat geef ik toe. Toch laat ik mijzelf niet kennen. Wat vrouwen kunnen kan ik ook. Ik kan mijzelf even goed wegcijferen voor het hogere goed. Ik geloof trouwens allang niet meer in Het-Verschil tussen mannen en vrouwen. Als vrouwen eventjes héél eerlijk en open naar zichzelf kijken, los van hun opvoeding en wat ze als vrouwelijk moreel verantwoord gedrag hebben aangeleerd dan ben ik er zeker van dat ook zij wel eens met de benen in de lucht gehouden willen worden voor een symbolische verse pamper als ze ziek zijn. Shout YEAH if you agree girls!

Daar ging ik dan. De rest van mijn week vrij maar ik keek er niet naar uit. Om mijzelf een béétje te verwennen ging ik een half kippetje van het spit halen alvorens ik naar huis ging. Mijn huisdokter had de briljante ingeving om zich nabij een zichzelf uitgeroepen beste-gebraden-kippen beenhouwer van Vlaanderen te huisvesten. Als het op troost aankomt vind ik een halve kip aan’t spit nog altijd véél efficiënter dan éénder welke halve liter ijskreem ook. De kip ging er dan ook in als koek. Als een schouder niet beschikbaar is dan stel ik me tevreden met een bil en een borst. Ik keek nog wat TV en deed alsof het mij allemaal wat kon schelen. Ik ben ziek en verder dan dat reikte mijn wereld niet. Tijdens die paar uurtjes TV kijken speelde ik het zowaar klaar om een klein heuvellandschap aan zelfbesnoten zakdoekjes op mijn salontafeltje te genereren. Dit was het dichtste dat ik ooit gekomen ben voor Kerstversiering in mijn kot. Er zouden pillen moeten bestaan die je gedurende de volledige ziekteperiode lieten slapen. Wat zag ik uit naar het moment waarop ik eindelijk kon gaan slapen. Weg uit deze vreselijke realiteit. En welk een censuur is er nodig om te omschrijven hoe deze gedachte slechts een frêle droom was. Ik heb weliswaar meer dan één oog dicht kunnen doen maar daar bleef het dan ook bij. Niets weg van de deze wereld, geen zandmannetje die mijn oogjes dicht strooit en mij daarbij buiten bewustzijn slaat, geen levensechte dromen van de prachtigste Hawaiiaanse meiden in strooien jurkjes die elkaar willen overtroeven in hun danspasjes voor mij, geen spandex pakje om mijn lijf met een cape in de lucht klaar om de wereld te redden van alle onheil. De hele nacht was het ernst, kommer en kwel. Ik was noch blij noch tevreden toen een respectabel uur bereikt was waarop ik het voor mijzelf kon goedpraten om weer rechtop te klauteren. En klauteren was het. Tijdens die nacht was ik 30 jaar ouder geworden. Ik kon niet meer rechtop wandelen. De hele nacht slikken had een signaal aan mijn maag gegeven waardoor die zoiets had van: “Dude, zal’t gaan ja! Als gij zo begint dan krimp ik zodanig ineen dat ge de volgende keer wel twee keer zult nadenken.” Het heeft drie uren van onderhandeling gekost vooraleer ik mijn maag overtuigd had dat ik het niet met opzet gedaan had. Hij wist blijkbaar niet dat mijn keel de irritante factor was. Je zou anders toch wel mogen verwachten dat er met de jaren tussen die twee een betere communicatie ontstaan is! Maar swat, het is niet anders. Mijn lichaam is een doos van pandora waar vaak nog dingen uitkomen die mij versteld doen staan.

De dagen die volgde leefde ik op de power-save mode. Ik ben niet iemand die als hij ziek is een hele dag in bed kan blijven liggen. Als kind begreep ik ook al niet hoe volwassenen het in hun hoofd halen om tegen een ziek kind te zeggen “Als jij met die blokken kunt spelen dan kun je ook naar school gaan.” Wat voor een onzin is dat? Een kind leert heel snel dat er een paar dingen zijn die nefast zijn voor de geloofwaardigheid als ziekte en dat zijn lachen, amuseren, spelen, blij zijn dat je niet naar school hoeft te gaan en geen pijn hebben. Ik geloof dat dit allemaal dingen zijn die het genezingsproces versnellen maar maak dat je ouders maar eens wijs. Vandaar dat ik het altijd fijn vond als ik koorts had. Dat was het énige objectief waarneembare gegeven waarmee ik kon bewijzen dat ik wel degelijk ziek was. Al de rest is te-acteren, dus van een zonderlinge echtheid. Dit zit nog steeds diep in mij gebrand: als er geen koorts bij komt kijken ben je niet ziek. Gelukkig had de goede heer mij ditmaal met een griepje opgezadeld die koorts in overvloed gaf. De enige keren dat ik onder de 38,5 kwam was op welgeteld één uur nadat ik een krachtige paracetamol achter de kiezen geslagen had. Na een paar uur was die echter uitgewerkt. Ik wou dat het pure passie was dat mijn innerlijke iedere keer weer deed opvlammen maar helaas… Griep is een kat voor de muis genaamd Passie.

Vanmorgen stond ik voor het eerst weer eens op zonder koorts. Eventjes miste ik hem. Niets menselijks is mij vreemd, ook het Stockholmsyndroom niet. Hoe kan ik deze dag verlof dan goedpraten zonder dat er koorts is? Welnu, mijn hoofd zit nog vol spul dat eruit wil. Ik voel me geen honderd procent maar het lijkt me wel onder controle nu. Anders zou ik terug met mijn blokken aan het spelen zijn. Het liefste zou ik eigenlijk gewoon één keer heel maar dan ook héél diep inademen, vervolgens mijn hoofd snel in een lege emmer steken en met één grote magistrale uitademing de volledige rotzooi in één keer eruit blazen. Maar dat kan natuurlijk niet. De realiteit hinkt altijd twee stappen achter het wenselijke. Geduld zal ik moeten hebben. En zakdoeken. Nog even en we komen er wel weer bovenop. Doek voor doek en kuch voor kuch. In tussentijd wil ik toch al van de gelegenheid gebruik maken om de uitvinders van de neusdruppels, de paracetamol, de hoestremmers en de papieren zakdoeken te bedanken voor hun compassionele bijdrage aan een betere wereld. Het is wel zo dat mijn neusvleugeltjes momenteel een mooie blinkend rozige teint aangenomen hebben die enigszins grappig frappant afsteekt tegen de rest van mijn gezicht maar dat kan eventueel nog als schattig beschouwd worden. Misschien moet ik stilletjes aan dan toch eens terug onder de mensen komen voor die weg is.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s