Schizobeenie

Zou mijn originele grote liefde Shannon Doherty ooit ook met eenzelfde situatie geconfronteerd geweest zijn? Ik betwijfel het. Die meid is toch maar mooi bigger than life hé. Ik zal het meer lokaal moeten zoeken. Welke liefdes heb ik nog? Hola, ja… Halina Reijn. Jeetjemina! En Carice van Houten. Allemamaggies! Die zouden het allicht al eens voorgehad kunnen hebben. Een man heeft liefdes nodig om zich aan te spiegelen, om het absurde van de realiteit te kunnen relativeren. Denken van als zij dit kunnen voorkrijgen, wel, dan valt mijn voorval nog best mee. Dan behoor ik nog steeds tot het kruim van de bevolking. Laat de wereld dan maar zijn zelfingenomen vingertje naar mij wijzen, ik kan ertegen. Want zie hier, twee van de meest bekoorlijke schepseltjes ter dezer Nederlanden zouden hetzelfde voorgehad kunnen hebben als ik. Dat zegt iets over mij en mijn leven. Ik zou gerust ook op een rode loper een cinemazaal kunnen binnenwandelen met een entourage van hielenlikkers en teenkaasraspers. Daar ben ik niet te min voor. Het is nog een zegen dat mijn deurbel het niet doet, anders zou ik voorzekers constant gestoord worden bij dit schrijven. De pers deinst voor niets meer terug. Elke dag moet er nieuws zijn. En als er geen nieuws is, dan gaan ze er naar op zoek. En waar beter te zoeken dan bij iemand die iets heeft voorgehad dat Halina Reijn en Carice van Houten ook zou kunnen overkomen. Dat is toch niet eens zo geheel van de pot gerukt. Zeg nou zelf.

Eigenlijk is het te absurd om er nog verder woorden aan vuil te maken. Woorden kunnen echter niet vuil zijn, alleen de gedachte die erbij gemaakt wordt, ja die wel. Een mens mag schrijven wat ie wil, niemand zal er ooit door besmeurd worden. Dus dan doe ik het toch, guitige rebel als ik ben. Shakespeare zal tijdens het schrijven van zijn Hamlet toch ook wel eens af en toe gedacht hebben: “Dit is toch te gek voor woorden!” En toch bleef hij er verder aan werken. Ik bedenk mij nu dat het in zijn tijd wellicht helemaal anders geklonken zou hebben. Meer als: “Te gek of niet te gek, dat is de vraag. Of het nou leuker is om in stilte te glimlachen of het luidop te verkondigen aan eenieder die wil horen? Dat zullen we dan nog wel eens zien!”

Het was een raar moment waarop het gebeurde. Buiten hadden we de eerste vrieskoude van een extreem warme winter. Lekkere weermeiden spraken al van de warmste winter ooit gemeten met een lintmeter. Iedere vogel zingt zoals ie gebekt is natuurlijk. Er waren slechts enkele dagen in deze warme winter waarbij de temperatuur daadwerkelijk enkele graden onder nul ging. En het was tijdens één van die enkele dagen dat het gebeurde. Ik stond op, nietsvermoedend van de nog te gebeuren gebeurtenissen van het gebeuren. Ik was relax, zong een lied over het Innerlijke Kind terwijl ik mijn boterhammetjes besmeurde met de salade van een kip. Daarmee kroop ik achter mijn computer om mijn moderne brieverij te bewerken met weldoordachte aanslagen op mijn klavier en een paar goedgerichte klikjes met mijn muis. Hoe basic kan het in deze tijden worden niet? Niets aan de hand. Een kind kan de was doen met kaas in het bakkie. Ik was dus goed bezig, zoals men in de volksmond wel eens durft te zeggen. Persoonlijk hou ik niet zo van die volksmond maar toegegeven, als hij gelijk heeft dan heeft hij gelijk en dan ga ik er mij niet verder mee bemoeien. Mijn activiteiten gingen vlot vooruit. En het was wellicht omdat mijn doorgedreven concentratie voor de brieverij stilaan aan het verzwakken was dat mijn aandacht ook naar andere plaatsten getrokken werd. Ik besefte ineens dat ik eigenlijk niet meer zo frisjes rook. “David,” zo zei ik bij mijn eigen, “gij ruft mij daar een eind weg dat het een aard heeft. Hoog tijd voor een verkwikkende douche gast!” Ach wel, wie ben ik om mijn Innerlijke Criticus te ontkrachten? Meestal heeft hij gelijk en zo niet dan is hij nog altijd een pak sterker dan de lieve nietsvermoedende louter-levenslustige spruit die ook in mij zit. Welk argument er ook mogen tegenin gebracht worden, mijn Innerlijke Criticus heeft zijn spreekwoordelijke vuisten waarmee hij mij kan sturen. Om dat te vermijden ging ik mijzelf dan maar meteen klaarmaken voor de wasbeurt. Ik nam wat propere kleren, een grote en een kleine badhanddoek en een washandje mee naar de badkamer. Daar aangekomen besefte ik dat ik vergeten was de verwarming aan te zetten. Mijn Innerlijke Criticus mag op zijn hoofd staan ronddraaien, ik neem geen douche in een ijskoude badkamer! Ik zette de verwarming op maximum en ging terug achter mijn PC zitten om nog wat frie te surfen op het internet. Daarbij deed ik nog wat bijkomende kennis op die ik cumuleerde met al de kennis die reeds in mijn hoofd aanwezig was. Na zo’n twintig minuutjes, dit wist ik uit ervaring, was mijn badkamer op een warmteniveau van nou-kan-ie-wel-weer. Ik haalde de wasbeer in mij naar boven en herstarte mijn activiteiten waar ik gestopt was. Mijn kleren gingen uit. Daar moeten we niet belachelijk over doen. Ik beschouw mijzelf als één van de meest preutse mannen die sinds de Renaissance over deze wereldbol mag lopen maar als het op douchen aankomt dan zorg ik er toch altijd voor dat ik zo weinig mogelijk om het lijf heb. Het klassieke spel van knijpen, soppen, wrijven, schrobben, inzepen en uitzepen trad in werking. Ik wist hoe het moest want ik had dit al duizenden keren voordien gedaan. Alles ging zoals gewoonlijk tot ik wat douchegel uit mijn flesje wou knijpen om mijn laatste been in te zepen. De gel was op. Er kwam niets meer uit. Godgloeiendeglorie wat nu gedaan! Het antwoord was simpel maar niet courant. Ik had een nieuw flesje van een ander merk klaarstaan. Vrijwel altijd begin ik aan zo’n nieuw flesje als er een nieuwe douchebeurt plaatsgrijpt, nooit halverwege. Ik probeer mijn knijpwerk meestal zo te regelen dat wanneer ik merk dat mijn douchegelfles de pijp weldra aan Maarten zal geven dat hij dat ook effectief doet wanneer het laatste stukje van de wasbeurt zijn beurt krijgt en niet daarvóór. Deze keer had ik me daar dus schromelijk in vergist! Ik kan dit niet anders verklaren dan door er de regels van de biofysica bij te halen. Voor diegenen die nooit naar McGuyver gekeken hebben vroeger moeten weten dat douchegel, net als alle materie hier op aarde, bestaat uit moleculen. Moleculen gedragen zich bij koude hetzelfde als pinguïns. Neem er elke natuurdocumentaire bij die over pinguïns gaat en je zult zien dat als die beestjes een sneeuwstorm moeten trotseren dan kruipen die allemaal héél dicht bij elkaar. Om warmte te sparen zeg maar. Welnu, de moleculen van douchegel kruipen ook dichter bij elkaar als ze het koud hebben. Dat is de reden waarom koude douchegel dikker en minder lopend is dan laat ons zeggen douchegel op normale kamertemperaturen. Daarom had ik mij deze keer vergist. Mijn laatste knijpactie op het restje aanwezige douchegel had onvermijdelijk ook een zuigeffect tot gevolg waardoor het laatste drupje dat ik wou bewaren voor op het eind helemaal naar achter gezogen werd. En omdat de gel op zich al dikker geworden was kwam deze laatste kwak ook niet meer tot bij het gaatje. De fysicawetten van de natuur zijn onverbiddelijk. Ik kon niet anders dan mijn laatste been, altijd de rechter, daar kan je jouw klok op gelijk zetten, inclusief de samenhangende bil met een andere douchegel in te zepen. Hoe raar was dat! Heel mijn lichaam rook goddelijk naar de éne douchegel, terwijl mijn rechterbeen nu, ook wel goddelijk weliswaar, naar een andere douchegel rook. Zou iemand dit ooit merken? Ik wil de eerste niet tegenkomen die tegen mij gaat zeggen: “Gast, ik merk iets raars aan jou vandaag!” Wat zou ik dan moeten zeggen? De waarheid? Of mijzelf er gewoon mee vanaf maken met een grapje. Ik wist het zo direct nog niet. Met een wrang gevoel spoelde ik mij af. Mijn handdoek zal ook wel een raar gezicht trekken dacht ik nog. En mijn broek dan! Wat zal die niet denken? “Ach wat, David, je bent ook maar een mens. Laat ze maar praten.” Zo is het ook. Ik kon het echter niet helpen om de rest van de dag als een soort Herr Flick van de Gestapo van de “Allo! Allo!” TV-serie rond te lopen met één been dat zich helemaal anders gedroeg dan de rest van mijn lichaam. Het was alsof ik schizofrenie gekregen had op een puur fysisch niveau. Achteraf kan ik er natuurlijk mee lachen maar op het moment zelf was het best confronterend. Wat mij enorm hielp was door het beeld voor ogen te houden hoe Carice en Halina in eenzelfde situatie beland waren onder de douche. Want, daar mag ik volgens mij nog steeds van uit gaan, het had hen ook kunnen gebeuren! En stel je voor wat voor een impact dàt zou gehad hebben. Persoonlijk zou ik ze natuurlijk met veel liefde omgeven hebben en hen laten inzien dat het eigenlijk best leuk is als hun éne been anders ruikt dan de rest van hun lichaam. Ik heb een zeer fijn reukorgaan dat nog nooit gefaald heeft om kwaliteit van kwantiteit te onderscheiden. Daarop kunnen ze altijd rekenen!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s